Controleer de systeemstatus door de statusindicatorpictogrammen rechtsboven in het systeemscherm te bekijken.
Er verschijnen verschillende statusindicatorpictogrammen, als elke functie wordt uitgevoerd. De betekenis van de pictogrammen is als volgt:
Dempen |
![]() | Navigatiegeluid uit |
![]() | Mediageluid uit |
![]() | Alle geluiden uit |
Bluetooth/oproep |
![]() | Een telefoon verbinden via Bluetooth |
![]() | Een audio-apparaat verbinden via Bluetooth |
![]() | Een telefoon en een audio-apparaat verbinden via Bluetooth |
![]() | Bellen via een Bluetooth-telefoon |
![]() | Microfoon Bluetooth-telefoon uit |
![]() | Downloaden van de contactpersoon en de lijst met recente oproepen van de verbonden Bluetooth-telefoon |
Bluelink (indien hiermee uitgerust) |
![]() | Praten met een Bluelink-telefoon |
![]() | Signaalsterkte van het Bluelink-netwerk |
Wi-Fi-hotspot (indien hiermee uitgerust) |
![]() | Aantal apparaten verbonden met Wi-Fi-hotspot |
![]() | Verbindingsfout Wi-Fi-hotspot |
Systeemupdate |
![]() | Het updatebestand downloaden |
![]() | Update op de achtergrond |
Beschikbare functies voor de achterstoelen (indien hiermee uitgerust) |
![]() | Stille modus aan |
![]() | Passagiersgesprek-modus aan |
Draadloos opladen (indien hiermee uitgerust) |
![]() | Draadloos opladen bezig |
![]() | Draadloos opladen voltooid |
![]() | Draadloos opladen mislukt |
Drager (indien hiermee uitgerust) |
![]() | Transportmodus aan |


